Ontmoetingen met dieren 2

De Zandhagedis

Op het Herikhuizerveld heb ik zo mijn vaste rondjes. Er komt soms een nieuw rondje bij, en soms een nieuwe combinatie van twee of meer bestaande rondjes. Een paadje waar ik niet zo vaak zin in heb bestaat met name uit mul zand, het lopen is er zwaar.

Op een warme namiddag nam ik toch weer eens dit paadje. Wat je ziet als je op dit veld loopt hangt af van waar je naar kijkt. Kijk je in de lucht, dan zie je zwaluwen, leeuweriken en soms een koekoek. Kijk je wat lager dan lopen er paarden, zwijnen en reeën. En kijk je nog lager, dan zie je kevers en mieren. En de reptielen. Er zit van alles: gladde slang, adder, levendbarende hagedis, hazelworm. En de zandhagedis.

Ik keek omlaag. En daar, midden op het pad, was een kuiltje. Er werden beetjes zand uit naar achter gegooid door een klein pootje. Het pootje behoorde aan een zandhagedis. Haar staartje stak naar achter. Het lijfje krulde zich het kuiltje in. Ik knielde achter het diertje. Het deerde haar geenszins. Zo rustig mogelijk ritste ik mijn tas open om mijn camera te pakken. Verstoord draaide het hagedisje haar hoofd om en keek me kort aan, met de blik waarmee mensen dat doen wanneer je hoest tijdens een klassiek concert. Daarna groef ze verder.

Ons contact bestond alleen maar uit die verwijtende blik. Als verliefd knielde ik daar in het mulle zand, aan niks anders denkend dan aan het prachtige diertje dat voor me zat. En zij, ze duldde mijn blik, zolang ik er maar geen geluid bij maakte.

Zandhagedis graaft een gat