Ontmoetingen met dieren 6

Nijlgans

De nijlgans dus. De eerste keer dat ik ‘m zag, zat hij hoog in een boom. Dat verbaasde me nogal, want ik had nog nooit een gans (of was het een eend?) zo hoog in een boom gezien. Ik bleef wat kijken, maar kon niet goed zien wat het was en fietste weer verder.

Een tijd later zat er een wat dichterbij en daar schrok ik toch wel van. Wat een ontzettend lelijke vogel. Hij ziet er uit alsof hij de avond ervoor te veel gedronken had en in een kroeggevecht belandde, met zijn katerige kop en dichtgeslagen oog.

Als om mij dwars te zitten, kwam ik vervolgens geregeld een of meer nijlganzen tegen. Dan keek ik naar de kop van het beest en liepen de rillingen over mijn rug. Op zich verdienen ze respect, met dat in bomen zitten en zo, maar fraai is het allemaal niet.

Tot vorige week. Toen zag ik het. Het stukje bruin boven de staart. Wat een prachtige kleur! Een diepe roodbruin, oplichtend in de zon. Het zijn maar een paar veren, drie aan iedere kant, maar die veren maken het hele beestje goed. Ze zijn zó mooi dat je zelfs die kop vergeet.

Ik bood hem mijn excuses aan voor alle lelijke woorden die ik over ‘m gedacht heb, en hij beloofde wat minder naar de kroeg te gaan.