Ontmoetingen met dieren 6

Nijlgans

De nijlgans dus. De eerste keer dat ik ‘m zag, zat hij hoog in een boom. Dat verbaasde me nogal, want ik had nog nooit een gans (of was het een eend?) zo hoog in een boom gezien. Ik bleef wat kijken, maar kon niet goed zien wat het was en fietste weer verder.

Een tijd later zat er een wat dichterbij en daar schrok ik toch wel van. Wat een ontzettend lelijke vogel. Hij ziet er uit alsof hij de avond ervoor te veel gedronken had en in een kroeggevecht belandde, met zijn katerige kop en dichtgeslagen oog.

Als om mij dwars te zitten, kwam ik vervolgens geregeld een of meer nijlganzen tegen. Dan keek ik naar de kop van het beest en liepen de rillingen over mijn rug. Op zich verdienen ze respect, met dat in bomen zitten en zo, maar fraai is het allemaal niet.

Tot vorige week. Toen zag ik het. Het stukje bruin boven de staart. Wat een prachtige kleur! Een diepe roodbruin, oplichtend in de zon. Het zijn maar een paar veren, drie aan iedere kant, maar die veren maken het hele beestje goed. Ze zijn zó mooi dat je zelfs die kop vergeet.

Ik bood hem mijn excuses aan voor alle lelijke woorden die ik over ‘m gedacht heb, en hij beloofde wat minder naar de kroeg te gaan.

Ontmoetingen met dieren 5

De Merel

Er bestaan geen gewone dieren. Geen saaie, geen lelijke (al duurde het lang voordat ik het mooie in de nijlgans zag, maar daar vertel ik een volgende keer wel over).

Soms zie je een soort heel vaak en raak je er een beetje aan gewend. Dan zie je niet meer hoe mooi, hoe uniek het diertje is. Zo’n beestje moet zich dan een beetje aan je opdringen, zodat je ‘m weer ziet zoals hij werkelijk is, en dat deed er eentje bij mij. Nu al weer 15 jaar geleden. Het was een merel en hij was prachtig.

Mijn ouders woonden in Twente. Als ik ze bezocht werd het uitzicht vanuit de trein steeds mooier. Weilanden, bossen, boerderijen. Koeien, schapen, hazen en reeën.

En toen verhuisden ze naar de Randstad. De eerste keer dat ik met de trein naar ze toe ging was een deprimerende tocht. In plaats van steeds groener werd het uitzicht steeds grijzer. De gebouwen steeds hoger. Steeds meer mensen en steeds minder dieren.

Uitgeput door al het grauw volgde ik de mensenmassa de trein uit, het perron op. Om het hardst, zodat hij boven de treinen en de mensen uit zou komen, zat daar een merelkerel. Bovenop het gele bord met vertrektijden. Prachtig zwart, met een geeloranje rondje om zijn ogen en een geeloranje snavel. En hij zong een eindeloos lied, zo hard als hij kon, vol overgave, de snavel wijd open.

Ik stond vlak voor hem en luisterde ademloos. De mensen om me heen spraken wat zachter, de treinen stopten met rijden, zelfs de omroeper kondigde even niks af. Er was alleen het lied van de merel.

Met hersteld vertrouwen vervolgde ik mijn reis.

Ontmoetingen met dieren 4

De Roze Pelikaan

Van en naar mijn werk fiets ik over een brug. Vanaf die brug heb je mooi zicht op een plasje water dat er naast ligt. Er vliegt en dobbert daar van alles. Ook deze dag. De vogeltrek was aardig op gang, de hele plas zat vol met grauwe ganzen. Tussen de ganzen zag ik iets groots. Het draaide rondjes op het water. Waar het heen ging, weken de ganzen uiteen. Moeilijk te zien wat het was.

Ik fietst de brug af om beneden eens beter te kijken. Ik weet niet goed wat me het meest verbaasde, dat er een roze pelikaan in het plasje zat of dat iedereen er zó aan voorbij fietste.

Ik bedacht me dat ik ook weer op de fiets moest stappen, om het eten op tijd op tafel te hebben. Maar ik kon helemaal niet weg gaan bij de pelikaan.

Hij blijkbaar wel bij mij. De ganzen vlogen op en de pelikaan ging mee. Met z’n enorme vleugels. Ik keek hem zo lang mogelijk na.

Thuis kookte ik met één hand. Met de andere hand meldde ik de roze pelikaan op waarneming.nl, en stuurde ik Burgers Zoo een berichtje om te vragen of ‘ie bij hen vandaan kwam (nee). Het melden lukte, het koken ging maar zo zo.

Meteen na het eten fietste ik terug, tegen alle verwachtingen in hopend dat de vogel er weer zou zitten. Maar toch, hij zat er! Zonder ganzen dit keer. Ik richtte mijn camera en klikte een heel aantal keren.

Toen kwam een plaatselijke vogelaar naast me staan. Hij had de melding gezien en kwam eens kijken. En toen stopte er nog een auto. En nog een. Steeds meer mannen met kijkers kwamen het dijkje op. En met de mannen kwamen de verhalen over deze en andere ontmoetingen met vogels. De vogel bleef een paar weken, en de vogelaars ook.

Uiteindelijk is de pelikaan gevlogen. Ik mis hem nog steeds wel eens.

 

 

De omzwervingen van Knobbeltje, zoals deze pelikaan genoemd wordt, zijn hier in kaart gebracht! 

Knobbeltje, de roze pelikaan, verbleef in 2015 een paar weken, aan het einde van de zomer, bij de Ijsselbrug tussen Arnhem en Westervoort.
Knobbeltje, de roze pelikaan, verbleef in 2015 een paar weken, aan het einde van de zomer, bij de Ijsselbrug tussen Arnhem en Westervoort.

Ontmoetingen met dieren 3

De Wolf

De seconden nadat ik wegliep bij de gravende zandhagedis, daar heb ik nog steeds last van. Ze zouden zo maar in mijn top 10 van geweldige momenten kunnen staan. Maar onzekerheid en twijfel gooien roet in dat eten. Ik durf er ook niet zo vaak over te praten.

Maar goed. Na de hagedis liep ik verder over het zandpad. En daar, recht voor me, tussen twee struiken door, kruiste een groot dier mijn pad. Een grijze kop, een donkere rug, een prachtige staart met een zwarte punt. Een wolf! Nuja, een paar seconden wolf. Want zo kort duurde het maar. Hij verdween tussen de struiken. Ik rende er achter aan, om nog meer te zien. Ik zag twee paarden op een heuvel, de wolf moet er vlak langs gelopen zijn. Ik liep de heuvel op. Vergeefs. De wolf was weg.

Terug op het mulle zandpad zocht ik naar sporen. Voetafdrukken, haren, poep, alles mocht. Maar er was niks te zien.
Ik was waanzinnig blij met deze ontmoeting, maar de twijfel zorgde voor paniek. Want wat moet je hier nu mee? Niemand die je gelooft, een wolf op de Veluwe, zonder foto, zonder sporen.

Ik liep verder. Een auto van Natuurmonumenten reed me tegemoet. Ik wilde ze aanhouden, vertellen over mijn ontmoeting. Maar deed het niet. Ze zouden me niet geloven.

Een dag later heb ik ‘m op waarneming.nl gemeld. ‘Onzekere wolf’ was de status. En zo voelde dat een hele tijd ook. Totdat ik besloot dat het écht een wolf was. Dat maakt de ontmoeting namelijk veel leuker.

Ontmoetingen met dieren 2

De Zandhagedis

Op het Herikhuizerveld heb ik zo mijn vaste rondjes. Er komt soms een nieuw rondje bij, en soms een nieuwe combinatie van twee of meer bestaande rondjes. Een paadje waar ik niet zo vaak zin in heb bestaat met name uit mul zand, het lopen is er zwaar.

Op een warme namiddag nam ik toch weer eens dit paadje. Wat je ziet als je op dit veld loopt hangt af van waar je naar kijkt. Kijk je in de lucht, dan zie je zwaluwen, leeuweriken en soms een koekoek. Kijk je wat lager dan lopen er paarden, zwijnen en reeën. En kijk je nog lager, dan zie je kevers en mieren. En de reptielen. Er zit van alles: gladde slang, adder, levendbarende hagedis, hazelworm. En de zandhagedis.

Ik keek omlaag. En daar, midden op het pad, was een kuiltje. Er werden beetjes zand uit naar achter gegooid door een klein pootje. Het pootje behoorde aan een zandhagedis. Haar staartje stak naar achter. Het lijfje krulde zich het kuiltje in. Ik knielde achter het diertje. Het deerde haar geenszins. Zo rustig mogelijk ritste ik mijn tas open om mijn camera te pakken. Verstoord draaide het hagedisje haar hoofd om en keek me kort aan, met de blik waarmee mensen dat doen wanneer je hoest tijdens een klassiek concert. Daarna groef ze verder.

Ons contact bestond alleen maar uit die verwijtende blik. Als verliefd knielde ik daar in het mulle zand, aan niks anders denkend dan aan het prachtige diertje dat voor me zat. En zij, ze duldde mijn blik, zolang ik er maar geen geluid bij maakte.

Zandhagedis graaft een gat

Ontmoetingen met dieren 1

De Das

Ik verdwaalde in de Onzalige bossen. Het schemerde, ik was al uren onderweg. Het bospad, waar ik niet eerder wandelde, kwam uit op een verhard fietspad waar ik moest kiezen tussen links en rechts. Ik koos links, maar had net zo goed rechts kunnen kiezen: na uren allerlei paadjes in te hebben geslagen had ik geen idee meer waar ik was.

De schemer ging steeds meer richting donker. Een bos wordt onwerkelijk in het donker, of je er nu al vaak geweest bent of nog nooit. Ik verlangde de weg naar huis te vinden en stelde me voor hoe ik in het bos zou moeten overnachten. Tot ik voor me een geritsel hoorde.

Er bewoog iets op het pad. Het was het schommelende achterwerk van een das. Toen keek hij naar me om. Een tijdje stonden we beiden stil en keken naar elkaar. Ik dacht niet meer aan de weg vinden of naar huis gaan maar wilde hier wel altijd blijven staan, met de das, kijkend naar elkaar. Kijken tot ik precies zou weten hoe een das er uit ziet.

De das had blijkbaar nog andere plannen voor die nacht. Sloom draaide hij zijn kop weer om. Hij schommelde verder, van het pad af, een heuvel op. Nog even kon ik hem volgen. Daarna verdween hij in het bos. Tussen de bomen, in het donker.

Met een verfrist gemoed en een tinteling in mijn lijf volgde ik het pad verder. En niet veel later vond ik de parkeerplaats waar ik in de auto  stapte en naar huis reed, volmaakt gelukkig.