Ontmoetingen met dieren 4

De Roze Pelikaan

Van en naar mijn werk fiets ik over een brug. Vanaf die brug heb je mooi zicht op een plasje water dat er naast ligt. Er vliegt en dobbert daar van alles. Ook deze dag. De vogeltrek was aardig op gang, de hele plas zat vol met grauwe ganzen. Tussen de ganzen zag ik iets groots. Het draaide rondjes op het water. Waar het heen ging, weken de ganzen uiteen. Moeilijk te zien wat het was.

Ik fietst de brug af om beneden eens beter te kijken. Ik weet niet goed wat me het meest verbaasde, dat er een roze pelikaan in het plasje zat of dat iedereen er zó aan voorbij fietste.

Ik bedacht me dat ik ook weer op de fiets moest stappen, om het eten op tijd op tafel te hebben. Maar ik kon helemaal niet weg gaan bij de pelikaan.

Hij blijkbaar wel bij mij. De ganzen vlogen op en de pelikaan ging mee. Met z’n enorme vleugels. Ik keek hem zo lang mogelijk na.

Thuis kookte ik met één hand. Met de andere hand meldde ik de roze pelikaan op waarneming.nl, en stuurde ik Burgers Zoo een berichtje om te vragen of ‘ie bij hen vandaan kwam (nee). Het melden lukte, het koken ging maar zo zo.

Meteen na het eten fietste ik terug, tegen alle verwachtingen in hopend dat de vogel er weer zou zitten. Maar toch, hij zat er! Zonder ganzen dit keer. Ik richtte mijn camera en klikte een heel aantal keren.

Toen kwam een plaatselijke vogelaar naast me staan. Hij had de melding gezien en kwam eens kijken. En toen stopte er nog een auto. En nog een. Steeds meer mannen met kijkers kwamen het dijkje op. En met de mannen kwamen de verhalen over deze en andere ontmoetingen met vogels. De vogel bleef een paar weken, en de vogelaars ook.

Uiteindelijk is de pelikaan gevlogen. Ik mis hem nog steeds wel eens.

 

 

De omzwervingen van Knobbeltje, zoals deze pelikaan genoemd wordt, zijn hier in kaart gebracht! 

Knobbeltje, de roze pelikaan, verbleef in 2015 een paar weken, aan het einde van de zomer, bij de Ijsselbrug tussen Arnhem en Westervoort.
Knobbeltje, de roze pelikaan, verbleef in 2015 een paar weken, aan het einde van de zomer, bij de Ijsselbrug tussen Arnhem en Westervoort.

Ontmoetingen met dieren 3

De Wolf

De seconden nadat ik wegliep bij de gravende zandhagedis, daar heb ik nog steeds last van. Ze zouden zo maar in mijn top 10 van geweldige momenten kunnen staan. Maar onzekerheid en twijfel gooien roet in dat eten. Ik durf er ook niet zo vaak over te praten.

Maar goed. Na de hagedis liep ik verder over het zandpad. En daar, recht voor me, tussen twee struiken door, kruiste een groot dier mijn pad. Een grijze kop, een donkere rug, een prachtige staart met een zwarte punt. Een wolf! Nuja, een paar seconden wolf. Want zo kort duurde het maar. Hij verdween tussen de struiken. Ik rende er achter aan, om nog meer te zien. Ik zag twee paarden op een heuvel, de wolf moet er vlak langs gelopen zijn. Ik liep de heuvel op. Vergeefs. De wolf was weg.

Terug op het mulle zandpad zocht ik naar sporen. Voetafdrukken, haren, poep, alles mocht. Maar er was niks te zien.
Ik was waanzinnig blij met deze ontmoeting, maar de twijfel zorgde voor paniek. Want wat moet je hier nu mee? Niemand die je gelooft, een wolf op de Veluwe, zonder foto, zonder sporen.

Ik liep verder. Een auto van Natuurmonumenten reed me tegemoet. Ik wilde ze aanhouden, vertellen over mijn ontmoeting. Maar deed het niet. Ze zouden me niet geloven.

Een dag later heb ik ‘m op waarneming.nl gemeld. ‘Onzekere wolf’ was de status. En zo voelde dat een hele tijd ook. Totdat ik besloot dat het écht een wolf was. Dat maakt de ontmoeting namelijk veel leuker.

Ontmoetingen met dieren 1

De Das

Ik verdwaalde in de Onzalige bossen. Het schemerde, ik was al uren onderweg. Het bospad, waar ik niet eerder wandelde, kwam uit op een verhard fietspad waar ik moest kiezen tussen links en rechts. Ik koos links, maar had net zo goed rechts kunnen kiezen: na uren allerlei paadjes in te hebben geslagen had ik geen idee meer waar ik was.

De schemer ging steeds meer richting donker. Een bos wordt onwerkelijk in het donker, of je er nu al vaak geweest bent of nog nooit. Ik verlangde de weg naar huis te vinden en stelde me voor hoe ik in het bos zou moeten overnachten. Tot ik voor me een geritsel hoorde.

Er bewoog iets op het pad. Het was het schommelende achterwerk van een das. Toen keek hij naar me om. Een tijdje stonden we beiden stil en keken naar elkaar. Ik dacht niet meer aan de weg vinden of naar huis gaan maar wilde hier wel altijd blijven staan, met de das, kijkend naar elkaar. Kijken tot ik precies zou weten hoe een das er uit ziet.

De das had blijkbaar nog andere plannen voor die nacht. Sloom draaide hij zijn kop weer om. Hij schommelde verder, van het pad af, een heuvel op. Nog even kon ik hem volgen. Daarna verdween hij in het bos. Tussen de bomen, in het donker.

Met een verfrist gemoed en een tinteling in mijn lijf volgde ik het pad verder. En niet veel later vond ik de parkeerplaats waar ik in de auto  stapte en naar huis reed, volmaakt gelukkig.