Ontmoetingen met dieren 1

De Das

Ik verdwaalde in de Onzalige bossen. Het schemerde, ik was al uren onderweg. Het bospad, waar ik niet eerder wandelde, kwam uit op een verhard fietspad waar ik moest kiezen tussen links en rechts. Ik koos links, maar had net zo goed rechts kunnen kiezen: na uren allerlei paadjes in te hebben geslagen had ik geen idee meer waar ik was.

De schemer ging steeds meer richting donker. Een bos wordt onwerkelijk in het donker, of je er nu al vaak geweest bent of nog nooit. Ik verlangde de weg naar huis te vinden en stelde me voor hoe ik in het bos zou moeten overnachten. Tot ik voor me een geritsel hoorde.

Er bewoog iets op het pad. Het was het schommelende achterwerk van een das. Toen keek hij naar me om. Een tijdje stonden we beiden stil en keken naar elkaar. Ik dacht niet meer aan de weg vinden of naar huis gaan maar wilde hier wel altijd blijven staan, met de das, kijkend naar elkaar. Kijken tot ik precies zou weten hoe een das er uit ziet.

De das had blijkbaar nog andere plannen voor die nacht. Sloom draaide hij zijn kop weer om. Hij schommelde verder, van het pad af, een heuvel op. Nog even kon ik hem volgen. Daarna verdween hij in het bos. Tussen de bomen, in het donker.

Met een verfrist gemoed en een tinteling in mijn lijf volgde ik het pad verder. En niet veel later vond ik de parkeerplaats waar ik in de auto  stapte en naar huis reed, volmaakt gelukkig.